Doen alsof, rollenspel, fantasiespel

Kinderen leren door nadoen en jonge kinderen zullen dan ook proberen om dat wat ze in hun omgeving zien, na te doen. Het is fijn als ze daarvoor materialen kunnen gebruiken die niet te gedetailleerd zijn. Dan wordt hun spel door het materiaal gedicteerd en laat het geen ruimte voor hun eigen fantasie en eigen regie. In dit artikel leggen we meer uit over de ontwikkeling van fantasiespel en rollenspel.

Dat wat er in een keuken gebeurt wordt door het kind waargenomen als losse handelingen, waaruit ‘iets’ tevoorschijn komt. Deels ontgaat het kind de oorzaak en gevolg, omdat er nog onvoldoende kennis en ervaring is. Daarom bestaat dat wat er in een keuken gebeurt nog voor een deel uit magie.

Het is belangrijk dat er ruimte is in het spel voor dat wat nog niet begrepen wordt.

Voor de ontwikkeling van de fantasie is een aanduiding van een keuken door een blok of doos daarom fijner dan een volledig uitgewerkte keuken, met knoppen, kookpitten, oventje/ magnetron en gedetailleerd uitgewerkt keukengerei. Het is ook fijn dat die doos of het blok even later, omdat dat in het spel nodig is, een boot kan zijn, of een bed voor de knuffel.

Als je graag wilt dat je kind wordt ingewijd in de geheimen van het koken, ga dan koken met je kind, in de echte keuken. (Bak samen koekjes!)

Voor kinderen die blind of slechtziend zijn, is het belangrijk om de echte keuken te leren kennen. Neem ze op excursie en laat ze kennis maken. Dat staat dan los van hun eigen fantasiespel.

 

Dieren in de fantasie ontwikkeling

Het spel met dieren begint vaak met knuffels. Knuffels zijn schematische aanduidingen van een dier, dat knuffelbaar is gemaakt ten dienste van het kind. Aanvankelijk gaat het om sociaal speelgoed. De eigen knuffel die vertrouwd is en in een onbekende, of lastige situatie tot steun kan zijn.

Echt spel met dieren is vaak imitatiespel of fantasiespel. In het spelverhaal is er een dier (of meerdere dieren) die iets gaan meemaken. Het speelgoed dat daarvoor gebruikt kan worden hoeft niet gedetailleerd te zijn. Het hoeft niet te kloppen met de natuur. Een aanduiding is voldoende. Het is fijn als het tegen en stootje kan, als het nat mag worden of vies. Hoe meer gedetailleerd ingevuld (gezichtje) hoe minder algemeen bruikbaar. De boos kijkende zeehond is in elk verhaaltje boos, de lachende koe kan niets akeligs meemaken, anders klopt het niet.

Bedenk ook waartoe het kind motorisch in staat is en pas het speelgoed daarop aan. Dieren met beweegbare pootjes zijn prachtig voor kinderen met een behoorlijke vaardigheid in de fijne motoriek. Zij laten het dier gedetailleerd bewegen.  Voor een peuter is een dier uit één stuk vaak geschikter.

 

Blinde en slechtziende kinderen

Voor blinde en slechtziende kinderen geldt dat voor hen belangrijk is dat zij kennis maken met dieren die niet tastbaar zijn (leeuw, giraf) in een verantwoord en gedetailleerd miniatuur. Voor wel aaibare dieren heeft het de voorkeur om deze dieren ook echt te gaan aaien. (Ze voelen anders dan plastic miniaturen.) Dit is ter informatie. Echt spelen kan dan vervolgens best met allerlei  materialen die voor deze dieren kunnen doorgaan. (Zelfs met gewone houten blokjes). Uiteindelijk gaat het om het verhaal in het spel. Niet om de materialen.

Er zijn prachtige houten dieren, die gemaakt worden door Kaplum.